Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

saanders" of „gort mit resaane". 't Kind scheen geen weet te hebben van de zorgelijke omstandigheden thuis.

Op een avond werd er bij mij thuis gebeld, 't Was 't broertje van Jopie, of hij me even spreken mocht, hij had een boodschap van moeder. En daar kwam hij voor den dag met een lang verhaal: Vader had al zoo lang geen werk en nou was hij in Duitschland gaan werken en nu had hij al een heeleboel geld verdiend en zou eind van de week thuiskomen. Maar Moeder had geen cent meer in huis en de bakker wou zonder geld geen brood meer geven. En of de juffrouw nou asjeblieft wat voorschieten wou tot het eind van de week. Moeder zou 't zelf terug komen brengen.

Jopie stond er bij, hij was zeker mee gekomen, om het huis te wijzen. Toen 'k hem aankeek, lachte hij me vroolijk toe, alsof hij zeggen wou: „Als we jou er maar bij halen, dan komt de zaak wel in orde, he?"

Want was ik niet de goede fee, die met één zwaai van haar tooverstaf alles verschaffen kon, wat hij noodig had: schoenen, klompen, lekkere, warme schoolpantoffeltjes, een plaats in de „ajtsaal"? Wat was eenvoudiger, dan dat ik .m'n zorgen ook uitstrekte over moeder en de broertjes? De rest van de geschiedenis is gauw verteld, 'k Hielp eenmaal, andermaal en toen nog eens. Maar 'k begreep zelf al, dat het zoo toch niet voortgaan kon. En toen 'k bovendien, merkte, dat moeder misbruik maakte van m'n genegenheid voor Jopie en kwam lamenteeren, dat ik toch „sellef soo feel fan 't schaap hield" en toch niet zou willen, dat hij zoo'n honger had, toen maakte ik er kort en goed een eind aan.

Den volgenden morgen....

Vriendschap is een grillig ding. Soms wordt het je zoo

Sluiten