Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doos komt wel weer terecht. Maar 'k vind 't niet mooi van je, dat je zoo maar dadelijk zegt, dat dat nieuwe meisje 'm heeft, want je hebt toch niet gezien, dat ze 'm wegnam."

„Nee juffrau, maar ze het 'r eerst aldoor soo na sitte kijke."

„Dan was 't zeker een heele mooie. Hoe ziet hij er uit?"

Ze lachte gevleid, door haar tranen heen.

„Aan de eene kant staat de Koningin en aan de andere kant Julejaantje en in 't midden de heele optocht met de gouwe koets!'

,Ja, dat is zeker prachtig. Zoek nu eerst nog maar ééns goed in je kastje en onder al de voetenplanken, dan komt hij vast wel voor den dag."

Hij kwam echter niet voor den dag. En tijdens 't zoeken bemerkte ik een zekere onrust bij m'n tweelingen, een telegrafeeren en scharrelen met elkaar, dat me in't geheel niet beviel. Daarom zei ik: „Zoeken jullie nu allemaal eens in je kastjes en dan in je zakken. Misschien heeft een van julie 'm per ongeluk in z'n zak gestoken."

Ijverig gezoek; geen sponsedoos.

„Ja, dan zal i k maar eens gaan zoeken, 'k Begin maar het dichtst bij Nellie's bank."

En ik begon een der Meijertjes te fouilleeren, — en had dadelijk beet. Groote ontsteltenis in de klas, terwijl Nellie riep: „Ja juffrau, dat is 'm." Maar daar begon me die kleine deugniet te keer te gaan: ,,'t Is toch me eige sponsedoos, 'k heb er ook soo een," en 't zusje ondersteunde haar" „Ja heusch juffrau, me moe hep 'm sellef voor d'r gekocht in 't besarretje bij ons in de straat."

'k Geloofde er natuurlijk geen woord van, maar nu wou ik toch Nellie's eigendomsrecht bewezen zien. En 'k had een goeden inval.

Sluiten