Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vertel me dan maar eens," begon ik, „aan welke kant je het sponsje geborgen hebt." En tegen Nellie: „Jij je mond dicht!"

Ze had nog nooit de kansrekening bestudeerd en wist dus niet, dat ze met brutaal raden 50 pet. kans maakte. Ze liet 't hoofdje opzij hangen en keek verlegen.

Toen tegen Nellie: „Weet jij 't?" En die ratelde dadelijk zonder aarzelen:

,,'t Sponsie sit bij Julejaantje en 't lappie bij de Koningin en dr binne drie gaatjes in."

En daar een nader onderzoek deze getuigenis volkomen bevestigde, kreeg Nellie de sponsedoos terug, terwijl ik tegen 't Meijertje alleen zei: „Je hebt je zeker vergist, je moet thuis nog maar eens naar je eigen sponsedoos zoeken."

Ze schikte zich heel gelaten in deze uitspraak, blijkbaar in haar schik, dat ze er zoo goed afkwam. Maar mij stond het geval lang niet aan, niet zoozeer nog om 't bezwijken voor de verleiding, als wel om de geraffineerde wijze, waarop die twee kleine dingen gelogen en gedraaid hadden. Hoe slim het echter met ze stond, daarvan had ik nog geen flauw vermoeden. Dat bleek pas eenige dagen later.

De kwestie van het snoepen is op de volksschool heusch geen onbelangrijke. Je moogt het natuurlijk onder de les niet toelaten, maar je kunt toch best begrijpen, dat een kleuter, die een zakje lekkers rijk is, daar geen paar uur van kan afblijven. Daarom tref ik altijd met m'n leerlingen de volgende schikking: Bij 't binnenkomen deponeeren ze vrijwillig hun schatten (ook speelgoed is daarin begrepen) op 't tafeltje en in 't speelkwartier neemt ieder z'n eigendom weer terug. Dat tafeltje is heilige grond: wie 't wagen zou, daarvan wederrechtelijk iets af te nemen, zou vrees ik, gelyncht worden. Vaak kan er een' aller-

Sluiten