Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een pond farkeslappies, bij de slager."

'k Begon nu te gelooven, dat ze vanochtend werkelijk geld voor een boodschap had meegekregen en er de helft van versnoept had. Maar heelemaal zeker was ik nog niet. Toen kwam ik op de gedachte, ook bij 't zusje eens den inhoud van baar zak te onderzoeken en haalde daar een zoowat even groot kwantum lekkers en een ongeveer gelijk bedrag aan geld uit. Nu was ik de kluts heelemaal kwijt.

„En hoe kom jij aan al dat geld?" vroeg ik streng.

,,'k Mot ook farkeslappies foor me moe hale", blèrde ze met een vierkante huilmond.

'k Vond het geval ernstig genoeg, om er werk van te maken en verloor dus maar geen tijd met pogingen, om bij die twee achter de waarheid te komen, 'k Nam al 't geld en snoepgoed in beslag en ging 't Hoofd inlichten. Die trok ook een bedenkelijk gezicht en zei: We zullen dadelijk de moeder hier laten komen."

En zoo werd ik een halfuurtje later uit de klas geroepen: „Meneer fraagt, of u effetjes in 't kamertje wil komme."

Toen 'k door 't leege, holle schoolportaal liep, waren ze in een der hoogere klassen aan 't zingen. Uit de ongeoefende kelen klonk bet schel, in afschuwelijk grootestadsdialect :

Au teidre-e juigd, Au teidre-e juigd Wien saudt gaj niet beha-a-gen 1

Een keurige ulster, fluweelen toque met een pluim, 'n groote bont om, zoo zat moeder Meyer in 't kamertje. Eerst had ze nogal verontwaardigd gedaan: wat er nou met de kindere an de hand was, en of 't nou wel de moeite waard was, om haar uit d'r werk te halen? Maar 't Hoofd had kalm gezegd: „de juffrouw zal u alles wel vertellen."

'k Gaf zoo kort mogelijk verslag van 't gebeurde. En

Sluiten