Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STEVEN.

„Kijk u 's juffrouw", hoorde ik opeens Riekje's opgetogen stemmetje achter me, terwijl ik in 't speelkwartier heen en weer drentelde door 't plantsoentje vóór de school. En, omkeerend zag ik haar staan, stralend van trots, met aan de hand een allerliefsten kleinen kerel van een jaar of vier, vijf.

„Da's nou Steefie" zei ze bij wijze van voorstelling, „niewaar Steef?" En ze trok moederlijk z'n bonten schortje nog wat af en zette z'n rood katoenen flaphoedje recht, terwijl Steefie z'n gaaf, rond kindergezichtje naar mij ophief en me met z'n schrandere donkere kijkers aandachtig bekeek.

„Wel", zei ik, „wat een flinke jongen ben jij! En mag je al zoo alleen in 't plantsoentje komen spelen?"

„We wone hier vlak bij in de straat", zei Riekje geruststellend. „Moeder kan 'm zoo van uit 't raam zien. En hij had al zoo lang gedwonge, om ook es hier te magge komme, as wij met de klas hier an 't spele zijn."

„Nu, dan moet hij ook maar met de groote kinderen meedoen. Neem hem maar mee in de kring, Riek."

Zielsgelukkig stapte het tweetal heen en nadat m'n meisjes onder elkaar uitgevochten hadden, wie Steefie „aan den anderen kant" een handje mocht geven, werd de kleine vent ingewijd in de geheimen van: „En die vrouw die kiest een kind.'

Sluiten