Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te dom misschien? Was hij dat maar geweest! Met domme kinderen heb ik altijd heel veel geduld en als ze dan niet afgeblaft en -gesnauwd worden, zijn ze je zoo dankbaar, dat ze zich meestal bizonder aan je hechten.

Nee, juist hetomgekeerde was'tgeval — Steven was te knap!

Een van de vele nadeelen van 't klassikale onderwijs — ongetwijfeld heeft het ook veel voordeelen — bestaat hierin, dat je dezelfde leerstof behandelen moet met veertig kinderen van zeer verschillende aanleg en ontwikkeling. Je voelt je ongeveer als een moeder, die acht kinderen heeft, waarvan 't oudste vijftien jaar en 't jongste drie maanden is en die voor allen samen maar één gerecht mag koken. Al gebruikt ze nu nog zooveel overleg, toch zal 't onvermijdelijke gevolg wezen, dat de oudste met honger van tafel gaat en dat 't kleintje zich een indigestie eet. En een dergelijk proces voltrekt zich dag aan dag in onze scholen. Als ik iets nieuws ga leeren, b.v. een nieuwe letter bij 't lezen, of een nieuw „geval" bij 't rekenen, dan zijn er altijd een stuk of wat, die 't van te voren al weten, na vijf minuten zijn de tien schrandersten er achter, na een kwartier zoowat drie kwart van de klas, en als 't halve uur om is, blijven er nog een stuk of vijf over voor, wie 't dan nog pikzwarte nacht is. Zoo ben je den heelen dag bezig met de middelmatigen en de dommerts en voor de flinken schiet er nauwelijks tijd en aandacht over. Die mleeren 't toch wel, denk je dan.

Den eersten dag vertrouwde kleine Steven mij al toe: „Lezen kan ik al een beetje en rekenen tot honderd." 't Was of hij zeggen wou: „je zult niet al te veel werk met mi} hebben."

Ik zei, dat ik dat prachtig vond, en nam het niet al te zwaar. Kinderen komen zoo vaak met zulke verhalen en

Sluiten