Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze met een schoolterm noemen „onoplettend." Terwijl de klas en ik ons verdiepten in 't mysterie vap: een haak — tien ha-ken, een raam — vier ra-men, bouwde hij een spoorbrug van griffels en potlooden, of trachtte uit te vinden, onder welke helling je een sponsedoos op de bank kunt plaatsen, eer hij met kletterend geraas over den planken vloer komt rollen. En als ik dan heel ingespannen met de klas bezig was, wist ik er wel eens geen anderen weg op, — 'k weet nog niet, of ik erom lachen of huilen moet — dan hem eens een kwartiertje „voor straf' in den hoek te zetten. Daar stond hij dan en beschouwde misschien de constructie van z'n schoenen, of mogelijk wel van het schoollokaal, of anders die van het spinneweb, dat boven z'n neusje hing. Hij zal er zich in ieder geval wel iets geleerd hebben en die gedachte was ook nog m'n eenige troost.

Een enkele maal kon ik wel eens iets vertellen, dat ook hem interesseerde, bv. als er in de leeslesjes sprake was van maaien, hooien, dorschen of zoo iets en ik de kinderen daar in een paar zinnen iets van uitlegde. Of als het eens te pas kwam en ik in 't kort vertelde waar thee en koffie, rijst of katoen vandaan komt. Dan keek hij me de woorden haast uit den mond en wist het me natuurlijk den volgenden keer haarfijn terug te vertellen. En, o ja, dan was er nog een les....

Zoo 's middags tegen half vier, als we al gelezen en geteekend of een taallesje geschreven en sommetjes gemaakt hebben, dan kijk ik wel eens, of er voor 't laatste leervak niet: „Taal (vert.)" op 't lesrooster staat. En als 't er n i e t op staat, dan — schoolopzieners en inspecteurs zullen toch deze verhaaltjes niet lezen en jonge studeerende onderwijzers hebben er gelukkig geen tijd voor, want 't is een ernstige zonde, om van 't lesrooster af te wijken en ik zou ze niet graag op 't verkeerde pad brengen

Sluiten