Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- dan doe ik maar net, of 't er wel op stond. Vooral 's winters, als 't licht al aangestoken is en m'n ziel altijd een beetje in opstand komt tegen „nachtarbeid" voor zulke peuters en ik niet meer van ze eischen wil, dat ze dan nog zich ernstig inspannen om „mooi" te schrijven, alle letters even ver van elkaar en alle „pootjes" even schuin en even dik!

Als dan de lees- of teekenboekjes weggeborgen zijn, en de klas is zoo ongemerkt aan 't babbelen en roezen gegeslagen, in afwachting van 't bekende tikje, dat ze weer tot de orde moet roepen, dan heb ik er ieder keer weer m'n aardigheid in, om 't zelfde trucje uit te halen. Ik ga op m'n dooie gemak op m'n hoogen stoel voor de klas zitten, de armen over mekaar, en staar, als in gedachten verzonken, voor mij uit. 't Is of ik de heele klas en alles om mij heen vergeten ben. Of't kan ook beteekenen: „Ziezoo, 't wachten is nu maar op jullie".

In minder dan tijd heeft er een mij in 't oog gekregen en 't is, of er een electrisché schok door zoo'n kind gaat. Als door een veer gespannen, strekt het den rug, 't zet de voeten netjes naast elkaar op de plank, vouwt de handen aan den rand en gaat me zitten aankijken. In een oogenblik zitten er zoo drie, acht, twintig. De overige hebben nog geen erg, babbelen en spelen door. Dan gaan ze wenken, fluisteren, naar mij wijzen met waarschuwende blikken: „Zeg, kijk dan, mooi zitten, de juffrouw gaat vertellen!" Een enkele, die 't nog maar niet begrijpen wil, krijgt een goedbedoelde por: „Toe dan suffert!"

En ik zit maar voor mij uit te kijken en zie en hoor er niets van. Eindelijk zitten ze allemaal als geschilderd, met groote bedelende oogen. En dan ontwaak ik uit m'n gepeins: „Nee maar, wat zitten jullie mooil Wat is er aan de hand?"

Sluiten