Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan hebben ze erge pret. „U gaat toch vertellen!" Maar ik houd me onnoozel. „Hoe weten jullie dat?"

Meestal komt er dan iets van: „Nou, dat kenne we zien". En een enkel keer roept er een: „Omdat u zoo ging zitten", of „U zat al een verhaaltje te bedenken!" En daü laat ik me vermurwen en zeg: „Nou, luister dan maar," en ik steek van wal.

Concurrentie of critiek heb ik niet te duchten, hooge entreeprijzen zijn er niet betaald en dus vinden ze 't gelukkig altijd „mooi."

Een sprookje of een realistische vertelling, een antiek of een modern verhaal, een treurspel of een lachsucces, ze slikken 't met evenveel graagte en als 't uit is, zuchten ze diep en zeggen: „he!" van voldoening. En als de bel gaat en ik houd plotseling op en zeg: „ja, nu moeten jullie naar huis", dan trappelen ze van ongeduld: „he juffrouw vertelt u 't dan eventjes uit, he toe juffrouw, gauw dan even!"

En dit was ook het eenige leervak, waarmee ik m'n Steven nog kon boeien. Dan zat hij onafgebroken naar mij te kijken in gespannen aandacht, de mond stijf dichtgeperst, de ellebogen op tafel, de wenkbrauwen tot een accolade vertrokken boven de felle oogen.

't Leek wel, of hij zeggen wilde: „Zie je, je hoeft niet altijd zoo vervelend te wezen, je kunt ook wel mooie dingen vertellen. Als je maar wou, dan zou je me best een boel prettige dingen kunnen leeren."

Maar den volgenden dag begon 't zelfde lieve leventje weer van voren af: lezen, rekenen, een taailesje. En dan had hij 't in minder dan geen tijd af en kon de lesjes droomen en 'k wed van voor naar achter en van achter naar voor uit 't hoofd opzeggen. En dan verveelde hij zich en z'n geest leed weer honger!

Sluiten