Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merkelijk langer schoon. Bovendien, al heeft het niets met het principe te maken, is 't me telkens weer een genot, 't bekijken van die veertig paar kinderhandjes.

Wat me er zoo in bekoort, zou 'k niet precies onder woorden kunnen brengen, maar er zit een. groote charme in al die verschillende soorten handjes, de grove naast de fijne, de mollige en de magere, de forsche en de tengere, de blanke en de bruine; al die opgeheven handjes met hun uitgespreide vingertjes, ze zijn in hun soort even mooi en aantrekkelijk. En terwijl ik met speurdersblik als een nijdige politieagent door de rijen loop, heb ik alle moeite m'n gezicht in die barsche plooi te houden en niet hier hier en daar zoo'n snoeperig handje te streelen en te knuffelen. En 'k zou die verkwikking voor oog en hart aan 't begin van eiken schooltijd niet graag willen missen.

Maar toch, hoe zeer ik in dit opzicht verwend ben, toch kreeg ik dien morgen een schok toen haar handjes omhoog gingen. En nog iederen dag opnieuw sta ik er stil naar te kijken en begrijp nog maar niet, waarom die handjes zoo roerend mooi zijn. 'k Ben geen schilder of beeldhouwer en weet niet, waarin de bizondere schoonheid schuilt, 'k Zie alleen een paar kleine, sierlijke rose handjes met onbewust-bevallige gebaartjes en, 't zij in rust of in beweging, in iedere houding verheugen ze mij door hun schoonheid en poëzie.

Nu ik zoo uitweid over haar uiterlijke bekoorlijkheid, lijkt het haast, of die alleen me getroffen heeft dien eersten dag. Maar ik kreeg ook een klein tipje opgelicht van den sluier, die haar veel bekoorlijker innerlijk nog voor mij verborg.

„Immetje" stond ze op de lijst. 'tWas een naam, dien ik niet kende en 'k deed m'n traditioneele vraag: „En wat zegt moeder tegen je?"

Sluiten