Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haalt, en dat het voornemen bestaat, daarmee te gaan touwtje springen. Dan heeft 't eerst heel wat voeten in de aarde, eer ze haar keus bepaald heeft, wie al en wie niet mee zal doen. En het versmade Grietje of Sientje legt zich ook niet zwijgend bij die uitspraak neer.

„Sau", heet het dan, „en werom mag ik'nie majdoen? 'k Heb jau gistere toch auk in de kring gekause?"

Of als ze minder logisch aangelegd is: „Asje maan nie kiest, dan sal ik auk es fertelle, wat jaj"..., of„watjau sussie" of iets dergelijks.

De eigenares van het touw aarzelt bij die bedreiging» maar nu smijt Jetje, die tot de uitverkorenen hoort, plots het touw neer: „Dan doen ik niet maj." En dan is er ruzie en gekibbel, en gehuil en ,,'k sal 't lekker an de juffrau segge." En ondertusschen is 't speelkwartier al voor 't grootste deel om.

Een ander keer hebben ze hun keus misschien wat eerder bepaald, maar nu blijven ze toch zeker steken bij de oplossing van de vraag, wat er gesprongen moet worden. De eene helft verklaart zich voor: „Ajn, twaj, hoesajl" de andere drenzen om: „Schajpe saaie ofer de saj." En wordt eindelijk na veel gesnib en vinnig gekibbel de knoop doorgehakt, dan kun je er zeker van zijn, dat een stuk of wat nijdig wegloopen: „Jesses naj, de dubbelde, dan doen ik niet maj." En ook is 't volstrekt geen uitzondering, als ik ze hun gang laat gaan, dat ze nauwelijks of nog niet eens begonnen zijn, als we weer naar binnen moeten.

M'n Immy kan nog maar steeds niet den smaak in dat soort spelen te pakken krijgen. Ze is nooit haantje-devoorste, daarvoor heeft ze een te zachten aard. Met een paar groote bezorgde kijkers staat ze mee in den kring 't aftellen aan te kijken. Die „af" is, zet dan gewoonlijk een grooten mond op, dat 't „falsch" gegaan is — en ik

Sluiten