Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zoo, dat wist ik niet. En van wie heb je dat moois wel gekregen?"

„Van m'n oom en tante". Op een toon, alsof ze zeggen wou: „Dat spreekt toch vanzelf."

„Nou maar, jij hebt een lieve oom en tante, hoor!"

't Gouden kopje knikte toestemmend. Toen zichzelf bekijkend: „Dit boezelaar heb 'k ook pas gekregen en m'n schoenen''. En de oogen weer naar mij opslaand: „En verleden jaar, toen 'k hier gekomen ben, heb 'k alles nieuw gekregen en ook allemaal nieuw ondergoed".

En plotseling m'n verbaasd gezicht bemerkend, zong ze met haar hoog stemmetje: „Ik krijg toch alles van oom en tante! Ik woon toch bij ze in huis!"

Ik had er niets van geweten. „En Vader en Moeder dan?" vroeg ik, zoo gewoon als ik maar kon met m'n dichtgeknepen keel.

„Vader is toch dood! En Moeder woont in Den Haag, met Henk en Jan. En als oom en tante naar haar toe gaan, dan mag 'k altijd mee."

Alles heeft ze me verteld, 'k ben nu geheel op de hoogte. Na Vaders dood heeft zijn broer de weduwe, die met drie jonge kinderen achterbleef, willen helpen, 't Kinderlooze echtpaar wilde wel een der kinderen aannemen, maar, zelf dienstbaar als huisbewaarders, konden ze de twee wilde jongens van 8 en 10 jaar niet hebben; alleen voor lieve, zachte Immy heeft „Dokter" toestemming willen geven. En bedenkend, dat het kind bij oom en tante beter verzorgd is, heeft Moeder, die nu zelf haar brood moet verdienen, afstand gedaan van haar Schattepoes.

Toen is de bel gegaan en we zijn met 't leeren begonnen, Immy vlak voor me op de eerste bank. En 'k heb m'n

Sluiten