Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen niet van haar af kunnen houden. Onder 't lezen zat ze kaarsrecht, 't lieve, rosé wijsvingertje volgde aandachtig rij na rij de eentonige zwarte letters, 't ronde mondje vormde zoetjes de moeilijke woorden en fluisterde ze zachtjes voor zich heen. Bij 't zingen hield ze de handjes gevouwen, 't vochtige mondje half open, de groote kijkers onafgebroken op mij gevestigd^'t was net een engeltje van een oude schilderij.

Maar 't aandoenlijkst vond ik haar onder 't schrijven, 't gouden kopje ernstig gebogen, zoodat ik't sneeuwblanke nekje met 't fijne zilveren „colliertje" te zien kreeg, de wonder-mooie handjes op de bank, 't eene in rust op 't schrijfboekje, 't andere dapper voortwerkend aan al die moeilijke op- en neerhalen van zoo'n m, en dan nog zoo'n m en dan nog een, een heele rij vol, eer je 't potlood mag neerleggen.

En Moeder, aldoor heb ik aan jou moeten denken. Hoe heb je het gekund? Als ik bedenk, dat ik, de vreemde, de „schooljuffrouw" haar voor geen lief ding hier van de bank zou willen missen, hoe heb jij, de moeder, dan de kracht gehad nee, 't is niet eens bij elkaar te vergelijken.

Ik ken je niet, 'k weet niet of je gevoelig of onverschillig, ijverig of gemakzuchtig van aard bent. 'k Hoop haast voor je, dat je een koude egoïste bent, datje zegt: „Ziezoo, voor dat kind heb 'k tenminste niet meer te zorgen." Maar 'k weet wel beter, zoo ontaard kun je niet zijn, want je bent Immy's moeder.

Moederliefde denkt niet om zichzelve, is 'twel? En je hebt gedacht: „Ze zal het ginder goed hebben en beter verzorgd worden en ik kan haar niet alles geven, wat ze noodig heeft." En voor 't welzijn van je kind heb je je opgeofferd.

Sluiten