Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn en het bovenste stuk hun hoofd bevat. Als zoo'n vormelooze klomp kwam ook 't brullende varkentje naar binnen rollen; 't eenige aan hem, dat „den mensch' deed vermoeden, was z'n „onmenschelijk" geluid en een paar vuurroode knuistjes boven een wijden vierkanten schreeuwmond ergens op een klein plekje, dat per ongeluk open gebleven was tusschen een ruige wollen ijsmuts en een enorme, zes keer om-en-omgewikkelde roodwollen das.

Ja juffrau, Goasbertus Krnajles. En hier het u se pokkebrièflel" En daarop tegen den brullenden anti-wetenschaps-mensch: „Sa je nau stil wajsel Mo'k 'n smajres hale?" vergezeld van een paar stevige opstoppers, die, misschien wel dank zij z'n meer dan voldoende kleeding even weinig uitwerking hadden als de bedreiging met de gewapende macht.

Haj wil liefer nie na schaul, siet u", legde de resolute moeder mij uit, voor 't geval, dat de zaak mij nog niet volkomen helder zou zijn. „Maar 't sal wel wenne, wat u?" Waarop ze zich omkeerde met een: „Nau, dan gaan 'k maar, om twalef uur kom ik 'm wel hale," en een gezicht van: „Knap jij dat zaakje nu maar verder op, daar word je voor betaald."

M'n eerste werk was, Gasbertus Krnajles wat af te pellen, of liever hem te ontdoen van z'n buitensten groven bolster. Dat had al dadelijk een dubbel resultaat: niet alleen kwam er een stevig vierkant kereltje voor den dag met een paar rooie wangen, een brutale wipneus, pientere bruine kijkers en een lekkeren ronden kaasbol, maar ook hield oogenblikkelijk het brullen op. Want nu zn oogen en z'n ooren vrij kwamen, had ons jongmensch zooveel te Zien en te hooren in deze nieuwe omgeving, dat hij heusch tijd te kort kwam, om ook nog z'n misnoegen kenbaar te maken.

Sluiten