Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

podium, de mantel om de kachel, het ventilatie-toestel. En onveranderlijk dreunde dan z'n refrein: „Sajkers uk om fan te lajre, he tante?"

Wij „menschen van 't vak" moesten eigenlijk allemaal zelf een hok vol kinderen hebben. Of anders tenminste ergens in huis wonen, waar de kinderzegen groot is. Om eenig begrip van kinderen te krijgen, bedoel ik. Want niemand moet zich verbeelden, dat je dat krijgt, wanneer je ze alleen in hun doen en laten op school meemaakt. Op school draagt ieder kind een masker (behalve misschien de paar eerste dagen), op school gelden andere wetten, wordt onder „deugd" en „ondeugd" heel iets anders verstaan dan in 't gewone leven. En wie dus kinderen alleen kent uit de klas, loopt gevaar, een saai, doodsch, levenloos kind werkelijk braver te vinden — niet het te zeggen, want dat doen we allemaal wel eens — dan eentje dat vief, levendig en mededeelzaam van aard is. Een kind kan thuis hard en gevoelloos, een despoot voor de jongere broertjes en zusjes — zelfs misschien voor vader en moeder — wezen en op school het „lievelingetje van de juffrouw" worden, alleen omdat het intelligent is en netjes werken en, — bovenal — stil zitten en z'n mond houden kan. En, omgekeerd, komt het maar al te vaak voor, dat moeders hartelap, het gevoeligste, liefste, guitigste ding, bij „de juffrouw op school" maar geen goed kan doen, en dag aan dag thuiskomt met afkeuringen of strafwerk: „Ik mag onder de les niet praten", of „Ik moet in de bank stil zitten"; liefst tien of vijf-en-twintig keer of eenig veelvoud daarvan. Alsof ooit eenig kind zelfbeheersching kan leeren door 't maken van strafregels!

Maar, om op Gaassie terug te komen, in eenige dagen ontpopte hij zich tot een allerleukst jong -«- en tot een

Sluiten