Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want snateren kon ze en deed ze graag, als een echt oud wijfje. En terwijl ze zoo bezadigd naast me heen en weer drentelde, onthulde het schelle stemmetje met de scherpe keelgeluidjes me heel de intimiteit van het huishouden, waarin ze leefde. Van kleine Iesie af, die „niet zuigen wou" en „dauwwurrem1' had, tot Opoe toe, die met oome Mau ook bij hen inwoonde en die kookte en de aardappels schilde, terwijl oome Mau met Vader op negosie ging.

't Scheen wel, of dat kind nooit een pop of prentenboek bezeten had, of ze nooit vroeg naar bed ging, of ze nooit iets anders deed dan tusschen de groote menschen zitten, hun gesprekken afluisteren, en hun zorgen en zwarigheden in haar klein hoofdje opnemen en verwerken. En ook scheen 't, alsof er nooit iets anders dan zorg en narigheid verhandeld werd in dat gezin ]

Met de andere kinderen ging Juudje om, zooals ze 't, 'denk ik, van haar moeder met de buurvrouwen had afgekeken ^wantrouwig, scherp, venijnig en bovenal, critisch! „Gunst, wat een gekke hoed heb je op!" „Ajakkes, dat zou ik niet lusten, hoor," of ,,'t Gaat jou wat an, as me moeder me haar zoo wil strengele"

Maar nooit zag ik haar met een „vriendinnetje" samen van dezelfde appel bijten, hapje om hapje, zooals kinderen zoo graag doen, of met de armen om mekaars hals en oogen als sterren elkaar de gewichtigste geheimen influisteren: „Nee zeg, en moet je hooren..."

Zelfs met haar eigen broertje en zusje speelde ze niet, veeleer had ze iets van een bedillerige zure gouvernante. Als 't Zaterdagsmorgens mooi weer was, kwam ze, keurig uitgedost, met ze naar 't plantsoentje, om mij in 't speelkwartier te begroeten. En dan moest je haar hooren: „Lewietje, geef de juffrouw een handje.... Nee domme

Sluiten