Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En daarom bekruipt me telkens, als 'k weer aan m'n arme Juudje denk, het diepste medelijden. Want niets lijkt me troosteloozer, dan het leven nooit anders dan van z'n meest dorren, prozaïschen kant te hebben bekeken, en dus nooit volop kind te zijn geweest. En heel smartelijk voel ik, dat de toekomst geen schatten genoeg kan brengen, om haar dit gemis te vergoeden.

Sluiten