Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwetst, wat z'n eergevoel of z'n rechtvaardigheidsgevoel beleedigt. Dit laatste vooral is volgens mij een cardinaal punt en ik heb de ervaring, dat je, wanneer je die gevaarlijke klip omzeilen kunt, al een heel eind op den goeden weg bent. Je hoeft de kinderen heusch niet zooveel goed te doen, je hoeft ze niet aan te halen, niet overmatig te prijzen, geen presentjes te geven of prijzen uit te loven. Als je met je min of meer vergrofd en afgestompt gevoel van volwassene maar niet al te veel en te vaak over hun ziel krast, zullen ze je steeds weer beloonen met een schat van genegenheid en roerend kindervertrouwen.

En als je dan bovendien maar gedurig bedenkt, wat voor onnatuurlijken dwang je 't kind den heelen dag oplegt, met zooveel uren aaneen „stilzitten" en „mondhouden" en aandacht voor je eigen gulden woorden van hem te eischen, als je hieraan gedachtig maar een beetje tolerant bent voor z'n noodzakelijke afdwalingen van 't pad der schooldeugd, och, dan red je 't met iedere gemiddelde klas wel vanzelf.

Natuurlijk tref je er af en toe toch nog wel eentje, waar je met den besten wil van de wereld maar geen vat op kunt krijgen, een bizonder gevoelige of een bizonder ongevoelige, een die met geen geweld in of uit z'n rust is te krijgen en waar je dag aan dag vergeefs je zenuwen op verslijt.

En dan, o die allerprettigste kant van ons vak! dan overkomt het je ook nog wel eens, dat je plotseling tot je groote verrassing merkt, het gewonnen te hebben bij eentje, die je al zoówat had opgegeven. Ik denk, dat zoo'n kind dan op den langen duur tot de overtuiging is gekomen, dat je 't toch niet zoo kwaad met hem meent en dat je hem niet speciaal voor je eigen plezier het leven

Kinderen uit m'n klas. 9

Sluiten