Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo zuur maakt. Maar de aanleiding, die hem er dan ten slotte toe brengt, de wapens neer te gooien en zich onder je vaandel te scharen, die aanleiding is altijd een heel toevallige en — je zult er vergeefs in eenig paedagogiekboek naar zoeken.

Voor de aardigheid wil ik eens vertellen, hoe ik, jaren geleden, het hart won van Jan.

Het is op onze scholen een wet van Meden en Perzen, dat de kinderen gedurende de eerste twee leerjaren onder leiding staan van een onderwijzeres, om dan over te gaan in de handen van het „sterke geslacht."' Dit heeft onder de kinderen de vaste overtuiging gevestigd, dat een Juffrouw" hen in een hoogere klas niet meer „an-kan" en daardoor is 't ook een nationale schande geworden, om na je achtste of negende jaar nog „baj een juffrau te sitte."

Was het 'dan wonder, dat Jans's elfjarig hart heelemaal in opstand kwam, toen hij, in de zesde klas zitten blijvend, na op zijn minst een jaar de zegeningen van een „majster" te hebben genoten, ook nog deze degradatie moest ondergaan? En, als comble, nog bovendien de juffrouw van z'n kleine broertje! Was er, goed beschouwd, voor hem wel een andere uitweg, om 't laatste restje van z'n prestige tegenover z'n broertje op te houden, dan door regelrecht in de oppositie te gaan?

Hoe blij ik ook was, dat ik dien keer m n klas eerst het vijfde, en daarna ook nog het zesde halfjaar mocht houden, m'n vreugde werd toch wel een beetje getemperd, toen ik bij 't binnenkomen in de „zesde" daar den slungeligen Jan zag zitten met z'n spits bleek gezicht en z'n lange lattige ledematen. Want ofschoon ik met den kleinen Nico nooit last had en hem, al was 't ook in de achterste

Sluiten