Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen vijf minuten later zwerft Mientje weer alleen; ze is er handig en netjes door haar tegenstandster uit gewerkt.

Als ik er dan weer op af ga, heet het, dat ze „falsch dee", of dat ze „sellef nie meer wou" of doodbedaard, dat ze „af is!" Mensch, wat wil je, zoo zijn nu eenmaal de regels van 't spel.

Maar nu zet ik door: „Mientje speelt mee en daarmee uit!"

'k Heb m'n hielen nog niet gelicht, of Engelientje verklaart: ,,'k Doen 't niet meer!" verzamelt een stuk of wat gunstelingen om zich heen, (waaronder natuurlijk de eigenares van het touw) en laat de rest van het troepje in diepe verslagenheid achter, als schapen zonder herder.

Daar komt ze bedaard en triomfantelijk aanwandelen, ter weerszijden geflankeerd door twee trouwe trawanten. Napoleon zelf zou trotsch op zoo'n dochter geweest zijn.

Waag ik het dan nog te vragen: „Waarom springen jullie geen touwtje meer?" dan kan ik ten antwoord krijgen: „We wiere dr soo heet fan, en dan krijge me sukke natte hande en dan kenne me strakkies niet netjes schrijve!" Alles zonder blikken of blozen. —

Maar in de klas erkende ze zonder morren de onaantastbaarheid van m'n macht: ze wist wel, dat er dan niet mee te spotten viel. Zelfs was ze niet eens een onplezierige leerling: schrander, altijd vol aandacht en belangstelling en — verzot op een pluimpje! Als ik zei: „Nee maar, wat heb jij je sommen vlug af", of „Wat heb jij keurig geschreven vandaag", dan glom ze.

't Eenige, waar ik me met groote angstvalligheid voor moest hoeden, dat was: haar aan 't woord te laten komen. Verdiende ze een keertje ook eens straf, zat ze b.v. al een poos met haar buurvrouw te kribben en bleef m'n verbieden zonder uitwerking, dan kende ik precies m'n weg: „Annie en Engelientje, kom allebei maar hier!" Ik zette de eene links, de andere rechts van me: „Wie 't mooiste stilstaat,

Sluiten