Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altijd gelijk ook, da's 't ergste. — ze zuchtte eens — Nooit hebben we anders een woord, daar ken u navraag na doen, maar om dat kind, zou je de oorlog in huis krijge! — Maar 'k staan u maar op te houwe, u zal dr in school ook genoeg mee te stelle hebbe ...."

„Lief duifje in onze ark, uw mondje bracht den vrede", citeerde ik bij mijzelf, terwijl ik verder ging.

En nu, wat ik van Engelientje geleerd heb?

Kijk, je hoeft nog maar heel kort voor de klas te staan, of je merkt al wel, dat je 't met kalmte en zelfbedwang 't verste brengt. „Nur die Rune kann's bringen." Hoe vaker je je opwindt, hoe kwajer je je maakt, hoe driftiger je wordt,

— hoe verder je je doel voorbijschiet. Ten eerste verstoor je den geregelden gang van de les, ten tweede plant je de onrust van je eigen ziel ook op de kinderen over. Een deel wordt bang voor die booze stem en die groote oogen van de juffrouw, een deel ook amuseert zich kostelijk als bij een vertooning van de poppenkast (daar immers is 't kijven en ruzie-maken ook altijd 't allermooiste) en de rest luistert heelemaal niet en zoekt z'n amusement maar zoolang op z'n eigen houtje. Van verbetering van den bewusten zondaar (of zondaars — hoe meer je er tegelijk „en gros" wilt bemoraliseeren, hoe kleiner de resultaten) natuurlijk geen sprake.

Zooals ik zei, dat weet je al heel gauw. Maar tusschen dat weten en het in-praktijk-brengen ligt nog een heele stap. Een mensch is maar een mensch, nietwaar? En de kinderen zijn wel eens woelig en je bent zelf wel eens moe

— en 't lucht je zoo heerlijk op, eens goed uit te razen I Maar na zoo heerlijk uitgeraasd te zijn, gun ik geen een onderwijzeres een Engelientje in haar klas te hebben, dat dan in 't speelkwartier op den onzaligen inval komt, „schooltje'.' te willen spelen.

Sluiten