Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze spéélde graag schooltje. En dan natuurlijk zij „de juffrouw". (Zoodra een ander zich voor die rol opwierp, verdijde zij het, langer mee te doen). Trouwens, ze was er geknipt voor. Regeeren, bazen, 't was haar lust en leven. Hoe meer kinderen er tegenover haar op 't hekje zaten, waar ze tegen schreeuwen en kijven kon, hoe beter ze in haar element kwam. Want schreeuwen en kijven moest het worden, natuurlijk, dat vertegenwoordigde in haar oogen het baantje van „schooljuffrouw." Wat was er voor plezier aan, de passieve rol van „juffrouw" te spelen, als de kinderen gehoorzaam aan 't leeren waren? Nee, stout moesten ze wezen, dan kon je zoo „echt" tegen ze opspelen en ze straf geven en naar hartelust plukharen!

„Kindere, nou allemaal oplette! Ik gaan somme opgeve!"

— Ze komt vlak voor het rijtje staan en wijst beurtelings kind voor kind aan. — „Hoeveel is 2 en 2? 3 en 3? 4 en 4?.... Wat! weet je dat niet? Suffert! Ga maar in den hoek staan. Om twaalf* uur al je somme overmake! Nou jij! 5 en 5?.... Luilak, kom maar hier, je het ook niet opgelet!

— Hardhandig wordt het slachtoffer door mekaar gerammeld, 't Heele troepje giert, heeft uitbundig plezier, het slachtoffer zelf 't allermeest. — „Wat kwaje meid, mot jij lache? Vóór je kijke! Hoor je niet, wat ik seg?" — Pats, pats, links en rechts; de kinderen bezwijken haast van 't lachen. — „Brutale meide, ik sal jullie, pas op, as ik nog één van jullie hoor, dan gaat-ie in 't hok tot fenavend an toe...."

En zoo ging het door. Als in een lachspiegel, verminkt en verwrongen, maar voor mezelf toch heel duidelijk te herkennen, hield ze me het beeld voor van m'n eigen tekortkomingen. En als iets me geleerd heeft, me voor de klas te beheerschen, dan is het zeker in de eerste plaats de vrees geweest, om toch vooral niet te lijken op Engelientje, als ze schooltje speelde!

Sluiten