Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinde. En vaak genoeg heb ik al m'n beleid noodig gehad, om" mezelf een eervollen terugtocht te verschaffen.

Zoo gingen z'n broertjes en hij alle dagen even voor twaalven "uit school, want het lokaal, waar ze ritueel bereid middageten kregen, was een minuut of tien bij ons vandaan. Een van de broertjes kwam dan aan de deur kloppen en dan mocht Jassie mee. Maar op een dag, dat hij eens heel dwars en ongezeglijk was geweest, had ik de onvoorzichtigheid om te zeggen: „Hoor eens, als je nu niet beter oppast, dan zeg ik straks aan je broertje, dat je nog niet mee mag gaan."

Er kwam een groen licht in z'n oogen; toen hakkelde hij, dol van drift: „Dan k.kom ik te laat en dan k.krijg ik n.niks meer."

„Doe dan nog maar goed je best," zei ik kalmeerend,

dan hoeft het niet."

Maar hij was door 't idee alleen zóó overstuur, dat hij nu heelemaal niet meer opletten kon. En af en toe hoorde ik hem de vreeselijkste bedreigingen mompelen: hij zou me wel dit en hij zou me wel dat en ik moest het maar eens probeeren, hem niet naar de eetzaal ié laten gaan.

Toen eindelijk 't broertje aanklopte, zat hij me aan te kijken in zoo'n hevige spanning, dat ik de wijste partij koos en zei: „Nu, je hebt het gelukkig nog verdiend, ga maar gauw." Waarop hij snel naar de deur liep met een gezicht van ,,'t was je anders ook geraje geweest."

Maar niet altijd was 't me mogelijk, conflicten met m'n kleinen grootvizier te vermijden, en dan had ik soms m'n handen vol met hem. Maar was de scène eenmaal achter den rug, dan bleef hij ook sans rancune en waren we weer beste maatjes. Dan kon hij me b.v. zoo'n zelfden middag na vieren voor de school opwachten: ,,'k gaan een endje met u mee." En dan slofte hij op z'n groote afgetrapte

Sluiten