Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

suffigsten, waar hij naar hartelust baas over speelde. Maar mocht hij eens een keertje met de groote troep meedoen, dan straalde hij van plezier — tot plotseling een werkelijke of vermeende grief hem in woede deed losbarsten. En dan had je 't lieve leven gaande.

't Beetje ontzag, dat de school hem nog inboezemde, raakte bij zoo'n echte driftbui ook in de verdrukking. Autoriteit bestond dan eenvoudig niet meer voor hem. Zoo herinner ik me, dat hij eens rood en bleek, huilend van drift, stond te stampvoeten naast z'n bank, toen ik opeens in 't lokaal naast het onze het Hoofd gewaar wérd.

„Jongen!" riep ik, hopend hem te intimideeren, „hou je toch stil! Als de bovenmeester je hoort, komt hij je nog halen en dan stopt hij je misschien Wel in 'tkolenhok!"

„De b.bofemeester!" smaalde hij en toen opeens, woest: „de b.baufemeester k'kan me!"

Nog sterker was 't een anderen keer, met de prijsuitdeeling. Dat is altijd een heel evenement voor de kinderen en 't lid van de schoolcommissie, dat die kostbare geschenken van zes of zeven stuivers — de kleintjes krijgen zelfs een lor van zes heele centen — komt uitreiken, wordt aangestaard als een wezen van hooger orde. Toen dan ook bij zoo'n gelegenheid Jassie weer eens extra woelig en onrustig was, waagde ik m'n hoogste troef: „Denk er om, de dame van de prijsuitdeeling kan ieder oogenblik binnenkomen." Maar m'n jeugdige khalif van drie turven hoog, verklaarde onomwonden, dat hij „m.maling had aan dat pr.praasewaaf!"

Vaak heb ik het kind met zorg er op aangekeken en bij mezelf gedacht: „Stumper, wat moet er van jou terecht komen? Hoe zul jij je ooit door 't leven slaan?" Dan probeerde ik mezelf wijs te maken, dat hij zich nog wel zou leeren beheerschen en zich aanpassen zou aan de wetten

Sluiten