Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een weinig voorover helde, om aan dien oorveeg de noodige kracht bij te zetten; en zelfs het gezicht van den gestrengen meester bleef eensklaps, gelijk het dreigende masker van een Japanschen tooneelspeler, onder die vertoornde, bestraffende uitdrukking verstijfd.

De jongen, die den draai om z'n ooren had zien aankomen — trouwens een schooljongen voelt zulke dingen van te voren! — had met een angstig gebaar van beveiliging de schouders omhoog getrokken, en onwillekeurig zijn twee handen ter bescherming tegen de ooren gedrukt.

Zoo zat hij op het oogenblik van de ontploffing

Want het was een ontploffing, die den aanvang van dit boek,, dat overvol van schijnbaar onwaarschijnlijke gebeurtenissen dreigt te worden, kenmerkt.

Het gaf echter geen slag, zooals wij lezen in onze geschiedboeken over de ontploffing van Leiden, of bij het in de lucht springen van Van Speyks oorlogsschip te Antwerpen, of bij de ramp van de kruitfabriek in Muiden. Neen, men zou eerder moeten spreken van een zoo goed als geluidlooze ontploffingHet klonk als een geweldige zucht, als het zachte uiteenspatten, van een reuzen-zeepbel, als het leegsissen van het een of ander opgeblazen ding van gutta-percha.

Er waren ook geen felle vlammen, die met vurige tongen omhoog lekten; ook kwam er geen gele zwaveldamp, of een blauwe walm, noch een roetzwarte wolk opdwarrelen. Van dit alles niets!

Uit het kolfje, dat de scheikunde-leeraar Dr. Stolp in de hand hield, spoot even een witte damp, heel in het klein gelijkend op de stoomwolken, die poeven uit de schoorsteenpijp van een. locomotief, wanneer ze op een zijspoor zoo gezellig even staat uit te blazen. De witte wolk verspreidde zich in het rond, zoodat de leeraar er even door omhuld was. Maar meteen verhelderde de witte damp en loste vlug op, zonder dat men zou hebben, kunnen zeggen, waar de rook bleef.

Sluiten