Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tobias was geen oogenblik geschrokken door het eigenaardige zachte geluid van de ontploffing; ook de verdere verschijnselen maakten hem volstrekt niet ongerust. Integendeel! Hij had dit, aan alle jongens welbekende gevoel van ontspannende opluchting gehad, nu de oorveeg, die reeds zóó dichtbij scheen, onverwacht uitbleef.

Als hij dan echter den strengen Dr. Stolp onbeweeglijk zag staan, keek hij verwonderd op. De

scheikundeleeraar stond er zoo stijf en strak als een marmeren beeld. Niets bewoog aan hem, zelfs niet het pluizige baardje, dat anders rond diens, zenuwachtig vertrekkende kaken voortdurend in dansende beweging was; ook zijn hooge, wilde kuif bewoog niet, noch de fladderende haren, die als de manen van een driesten leeuw zijn schedel met een indrukwekkend aureool van haren omkrulden. Ook de nooit rustige, altijd beweeglijke grijze oogjes stonden nu akelig stil; en de brilleglazen er voor, groot in hun ouderwetsche schildpadden-montuur, rustten nu eindelijk eens uit op dien langen mageren neus, die in het gewone doen zóó brieschen en snuiven en blazen kon, dat de geleerde docent aan zijn elastischen neus

op de geheele Hoogere Burgerschool den bijnaam te danken had van den Miereneter. Doch wat den verwonderden Tobias het meest opviel in dit starre beeld van plotselinge onbeweeglijkheid was, dat de altijd prevelende lippen, die een onophoudelijken stroom van moeilijke en geleerde chemische formules doorlieten, nu eensklaps tot roerlooze stilte verstijfd bleven.

Sluiten