Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk. Zijn docent met een glas water bij brengen leek hem het meest voor de hand liggend. Doch waar was water? Hij wist geen raad tusschen al die reageerbuizen en fleschjes en glazen! Was dit water, of was het de een of andere chemische vloeistof ? Midden op de tafel zag hij het aanteekenboekje slingeren; vlug wierp hij er een blik in, doch het waren niets dan fijn-gekrabbelde cijfers en letters, en een enkele meer uitvoerige aanteekening; daarmee had hij op dit oogenblik echter niets te maken. Uit de geopende hand van Dr. Stolp was de retort op de aanrechttafel gegleden, op hetzelfde oogenblik, dat de leeraar diens hand omhoog had geheven, om, over zijn apparaten heen, den dommen leerling den draai om diens ooren toe te dienen.

Toen moest, waarschijnlijk door den schok — maar dat was nu door Tobias zoo vlug niet uit te maken — de retort gebarsten zijn, want hij zag hoe een scherf uit Het glas was gevallen. Doch in plaats van de vloeistof, die in het kolfje gezeten had, was over de tafel gevloeid een stroom fijne, glinsterend witte stof, dat er uitzag als suiker. Uit den hals van den retort kringelde nog een smal rookbuiltje omhoog. Tobias was te veel van streek, om zoo precies op -al deze bijzonderheden, die hij zich pas later voor oogen terugbracht, te letten. Doch bij zijn tasten tusschen al die chemische toestellen, bij het zoeken naar iets, s wat water kon bevatten, streek hij er met zijn hand langs, en zoo bemerkte hij, dat zijn vingers vol met het witte stof zaten. Hij wist niet wat het was; doch om zijn vingers schoon te maken, stak hij zijn hand — volgens welbekende jongensgewoonte! — vlug in zijn rechterbroekzak.

Waar was dan toch water te vinden voor zijn leeraar?

Hij keek rond. Naast hem stond Dr. Stolp nog onbeweeglijk. Doch terwijl Tobias naar hem opkeek, zag hij eensklaps hoe achter de groote omcirkelde brillenglazen de oogen öpglinsterden; ze hadden weliswaar niet bewogen, zooals trouwens niets bewoog aan die angstwekkende roerloosheid van den leeraar: maar stellig wist Tobias, dat de oogen van Dr. Stolp leefden.

Sluiten