Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

WAARIN SPRAKE IS VAN DEN SLAPELOOZEN NACHT VAN DEN VERSCHRIKTEN TOBIAS. DOCH WIJL DE NACHT HEM RAAD BRENGT, BESLUIT HIJ ZIJN LEERAAR TER HULP TE KOMEN. HOE HIJ DIT VOORNEMEN TRACHT TE VOLBRENGEN, DOCH HOE HET DOOR VERSCHILLENDE SPANNENDE BIZONDERHEDEN GEHEEL ANDERS UITKOMT.

lIOBIAS zou wel een gewetenlooze, karak™ terlooze kwajongen moeten geweest zijn, wanneer hij dien nacht maar rustig op één oor was gaan liggen slapen, zonder zich in 't minst of geringst te bekommeren over de vreeselijke gebeurtenis, waarvan hij in het laboratorium de eenige getuige was geweest. Tobias was echter een jongen met volstrekt

geen kwade inborst; hij was wat je zou noemen een echte, gewone jongen! Volstrekt niet uitblinkend in het een of ander; ook volstrekt niet achterlijk; neen, zoo'n type Hollandsche jongen van wien er geen dertien, noch elf op een- dozijn gaan. Een gewone jongen; gewoon uit de kluiten gewassen, met een rond, open gewoon gezicht, met gewone manieren, met gewone spraak, gewoon in zijn doen en laten, alles gewoon...

Maar wat zal ik al die gewone eigenschappen opnoemen, als er toch immers niets óngewoons aan Tobias te bekennen viel!

Zoo'n gewoon type echter, zooals jullie je dezen gewonen jon-

Sluiten