Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor den armen gemartelden jongen was dan juist die onbeweeglijkheid van den anders zoo over-beweeglijken Dr. Stolp. De stijfheid van zijn houding, het strakke gebaar van de armen, de verwrongen strekking van de uitgespreide vingers, de gedraaide stand van de beenen en voeten, dit alles te zamen deed Dr. Stolp gelijken op een slecht gemodelleerde pop uit het Panopticum, terwijl Tobias tóch de overtuiging hield, dat zijn scheikunde-leeraar, hoewel verstijfd gelijk een zoutpilaar, daar lévend voor hem had gestaan, en er nu nog lévend in het laboratorium moest staan. Maar de nachtmerrie werd het hevigst.

wanneer Tobias zich weer herinnerde het gevoel, dat hem, onmiddellijk na het springen van den retort, dien Dr. Stolp infde hand had gehouden, bevangen had. Even had hij zich toen voelen verstijven, alsof een ijskoude wind hem omving, zoodat zijn gelaat, zijn handen, zijn armen, beenen en romp eensklaps bevroren waren, onbeweeglijk, verlamd, en toch zóó hard, alsof hij tot een klomp van het hardste marmer versteend werd. Dit had weliswaar slechts een ondeelbaar oogenblik geduurd, want meteen had hij dit kille gevoel van verstijving van zich vóelen afglijden;, doch nu hij daar in den langen slapeloozen nacht al die herin-

Sluiten