Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meurig; „ik begrijp niet, dat ik daar gisteren niets van gemerkt iieb!" Hij bukte zich opnieuw, greep den lus van de laars, doch lerwijl hij met al zijn jongenskracht rukte om den schoen loste krijgen, scheurde de lus af, zoodat Tobias, zoo lang als hij was, achterover op den grond tuimelde. Hij was kwaad, om die malle buiteling; en niemand zou zich mogen verbazen, dat hij in de overspannen, zenuwachtige stemming, waarin hij zich bevond, het leelijke woord „stik!" tegen zijn weerspanningen schoen zei' Doch de schoen stikte niet, en bleef op de plaats zelve staan, zóó vast aan den vloer geklonken, dat Tobias hef maar opgaf',

en uit zijn kleerenkast een ander paar schoenen zocht, om die aan te trekken.

— „Jongeneer Tobie," zei het tweede-meisje, toen hij beneden in de ontbijtkamer kwam, „u heeft gisteravond vergeten, uw schoenen buiten te zetten voor 't poetsen!"

— „Hm!", bromde Tobias, die heelemaal van streek was na •de gebeurtenissen van gisteren en na zijn slapeloozen nacht vol schrikvoorstellingen. Maar nu kwam ineens zijn jongensleukheid boven, - want hij was en bleef, zelfs te midden van al die nare avonturen, toch 'n gewóne jongen! - en hij antwoordde met een staal gezicht: „Wanneer je m'n schoenen wil poetsen, ■zul je ze boven op mijn kamer vinden. Vooral die eene, midden

Dt Oeheiazihaige UitrindUg. 2

Sluiten