Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnen gedrongen. Hij voelde zich volstrekt niet op zijn gemak. Het groote uitgestorven schoolgebouw, anders zoo vol leven van drukke jongens, van door het gebouw gaande leeraren, van stemmen en stappen, van bellen, die klepelden, van deuren, die dichtsloegen, — dit alles bleef nu geluidloos; ja, zoo vreemden uitgestorven was het, dat reeds deze stilte den overspannen jongen van streek dreigde te brengen. Maar bovendien wist hij, dat elke stap, dien hij door de breede zijgang zette, hem dichter bracht

naar het scheikunde-lokaal. En wat hem daar wachte, hu!

daarover kon hij nog maar niet rustig denken, al voelde hij heel hevig in zich den vurigen wensen err het brandend verlangen, dat er tijdens zijn afwezigheid sedert gisteren iets gebeurd mocht zfln, zoodat hij er nu alles weer gewoon mocht terug vinden.

Vlak voor de deur stond hij stil, om te luisteren; dit was natuurlijk dwaasheid, want indien alles er weer gewoon was, zou hij niets hooren in het leege lokaal, en indien alles er nog precies zoo was als na de ontploffing, zou hij van den versteenden scheikunde-leeraar immers evenmin eenig geluid opvangen! Wat hij echter wel hoorde was het hamerend tikken van zijn hart. Hij zette dus zijn tanden op elkaar, om dat laffe klapperen te bedwingen. Dan vatte hij den knop beet en drukte zachtjes de deur open.

Tobias behoefde slechts één blik naar binnen te werpen, om te zien, dat de toestand geheel onveranderd was gebleven!

Aan het eind van het ruime lokaal stond de breede aanrechttafel, beladen met al de chemische toestellen, stopflesschen, retorten en reageerbuizen; daarvoor stond de bank, waarin hij gisteren zijn strafwerk had zitten maken; het boek met al die moeilijke chemische formules lag nog opengeslagen. Dit alles zag hij slechts vluchtig. Waarop zijn blik bleef rusten, dat was het, geheel in dezelfde houding als gisteren, daar nog staande beeld van Dr. Stolp. Die stond er zonder de geringste verandering nog juist zoo! Onbeweeglijk zag hij daar weer zijn strengen scheikunde-leeraar staan. Niets had blijkbaar aan hem bewogen: het pluizige baardje,

Sluiten