Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diens jas gegrepen, om hem te helpen dien uit te trekken. Tobias had zoo dolgraag even willen 'kijken, hoe dat ging. Maar hij durfde zich- niet verroeren. Trouwens, op het zelfde oogenblik geschiedde, wat noodwendig gebeuren móést.

Terwijl Brigges den onbeweeglijken leeraar in den rug greep, •verloor deze laatste het evenwicht, draaide een halven slag om, mepte met zijn uitgespreiden arm den conciërge diens kalotje van het hoofd, en bonsde dan met z'n volle gewicht tegen Brigges aan.

— „Help! help!", gilde de conciërge.

Er klonk een bons en een slag, alsof er twee zware lichamen ■op den vloer vielen; Dr. Stolp moest in zijn val den conciërge van de beenen hebben geworpen, zoodat beiden op den grond -getuimeld waren.

— „Neem u me niet van kwalijk!", hoorde Tobias Brigges zeggen, ,,'t is mirakel goed. afgeloope, want uwé viel op mijn,

«n ik ben zacht terecht gekomme Maar hoe kon meheer

pardoes zoo tuimele?"

Tobias kon het nu niet langer uithouden; de nieuwsgierigheid was hem te sterk; hij wilde even zien, hoe z?jn ongelukkige leeraar terecht was gekomen door de verregaande onhandigheid van Brigges, en ook wilde hij weten, hoe die bokkige conciërge daar onder den scheikunde-leeraar op den grond lag. Doch nog eer hij voorzichtig overeind had kunnen komen, om zijn hoofd boven den paraplustandaard uit te steken, hoorde hij Brigges woedend te keer gaan:

— „Wel allemaries! wat 'n gemeene kwajongenstreek

hebben ze me daar gebakke! En ik die dacht, dat 't meheer

Stolp zélf was! 'nPop is 't! ik voel 't duidelijk hoe

die van hout is gemaakt, met de eigeste kleere van meheer Stolp an!"

Op dit oogenblik kwam Tobias' gelaat juist over den rand van het schot heenkijken. Maar het was een ongelukkig oogenblik, want de wantrouwende conciërge, die de kwajongens van de H. B. S. wel kende, scharrelde al onder het lichaam van Dr. Stolp uit,

Sluiten