Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootsten angst voor het nieuwe gevaar, dat van dien kant dreigde.

— Hellep! hellep!!.... hellep I! 1"

Tobias wist geen raad meer. Werkelijk hoorde hij in de verte een deur dichtslaan, terwijl haastige schreden naderbij kwamen. Dat moest de strenge directeur zijnl In zijn angst boog hij zich over den nog machteloos onder het lichaam van den leeraar or> den grond liggenden conciërge en hield hem de hand voor den mond.

Meteen zweeg de jammerlik schreeuwende stem van Brigges. De man deed nog blijkbaar pogingen om te gillen, maar het scheen of hij zijn kaken niet meer kon sluiten; hij greep met zijn handen naar zijn hals, naar zijn mond, rukte en duwde aan zijn kin, doch zijn mond bleef half open-gesperd, met het gore pijpje daartusschen geklemd.

Tobias zag dit. Hij begreep er niets van! Met zijn armen en beenen ging Brigges nog uitbundig te keer, maar zijn lippen, zijn mond, zijn kaken schenen plotseling onbeweeglijk te zijn geworden; het eenige geluid* dat te voorkwam was een kwaadaardig gebrom.

Tobias zag hoe de conciërge zich inspande, om onder Dr. Stolp vrij te komen, hoe hij als een schildpad op zijn buik over den grond schoof, en een hand naar hem uitstak, om hem bij de beenen te grijpen. De haastige voetstappen in de gang kwamen steeds dichterbij; wanneer zij den hoek om zouden zijn, moest de directeur in de vestibule staan — en dan zou de terugtocht hem zijn afgesneden.

Het kon hem niet schelen wat er verder gebeurde, hoe het afliep met den ongelukkigen Dr. Stolp, wat er met dien verwenschten Brigges zou plaats hebben. Hij dacht slechts aan vluchten, nu zijn strenge H. B. S.-directeur daar in aantocht was. En zonder één blik te slaan op die verwarde groep in het jassenhoekje, waar de stijve scheikunde-leeraar als een omgevallen standbeeld met verdraaide beenen en gestrekte armen plat op den vloer lag, en de woedende conciërge met zonderling ver-

Sluiten