Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprake van het onaangename voorval, dat de familie in den vroegen ochtend zoo verschrikt had doen ontwaken.

— „Ik dacht bepaald, dat er brand was!" zei mama, die bleek achter het theeblad zat, en thee zonder melk schonk, welk brouwsel natuurlijk iedereen liet staan.

— „Ik dacht dat er dieven waren I" sprak nog ontdaan Cornelia, de oudste dochter, die eiken avond in detective-novellen zat te lezen en daarmee aan haar opvoeding en nachtrust aanzienlijk te kort deed.

— „Ik droomde juist van een aardbeving!" griende nog half Fietje, de tweede dochter, die den vorigen avond in de krant het aangrijpend verhaal van een vulkanische uitbarsting had zitten lezen.

— „Ik dacht... ik dacht...", stotterde Tobias, die meende, né zijn familieleden, óók zijn indruk te moeten weergeven; maar wat hij gedacht had, durfde hij niet herhalen, want dan zou hij hebben moeten vertellen van al die gruwelen, waarvan hij op de H. B. S. getuige was geweest. Daarom zweeg hij, hetgeen niet opviel, omdat zijn vader, die volstrekt uit zijn humeur was, zijn verkropte boosheid niet voldoende op het oudbakken brood kon koelen, en daarom weer met uitvaren was begonnen tegen lawaaiige melkboeren, onverantwoordelijke huisheeren en vochtige zomers.

Zoo verliep het ontbijt in het anders rustige, kalme gezin op onrustige, zenuwachtige wijze, want telkens stond er weer een op, om naar een der ramen te gaan en opnieuw, doch telkens vergeefs, te protieeren of de klemmende vensters ditmaal eindelijk open wilden gaan. De heer des huizes maakte zich daarbij het ergst overstuur. Hij stond om de minuut van zijn stoel op, en liep op een van de ramen toe, om met alle kracht aah de handvatsels te rukken. En telkens wanneer zijn poging weer mislukt was, scheen zijn drift te zijn gestegen, was zijn gezicht rooder gekleurd, lagen de aren dikker op zijn voorhoofd, siste er een krachtiger verwensching door zijn grijze snor.

Zijn vrouw en de meisjes keken er verlegen van, en Tobias

Sluiten