Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hofman-druppelen trachtte bij te brengen, waarbij de twee meisjes, Cornelia en Fietje, beiden ook een deel kregen, omdat zij na den doorgestanen schrik eveneens op haar verhaal gebracht moesten worden.

Bij dit tooneel, dat meer ontroerend was dan ontstellend, waren de vader en Tobias niet tegenwoordig. Want zoodra de eerste bemerkt had, dat zijn vrouw zonder zijn hulp en zelfs heel goed alleen de trappen van zijn buurman kon af gaan, had hij zich naar dezen buurman gewend.

— „Blikskater!" riep hij, d'r zijn „d'r nog meer in huis!... De twee dienstmeisjes moeten beneden in de keuken opgesloten zitten... Alle deuren bij mij thuis klemmen en ik heb die twee niet meer gehoord!"

— „Ja," antwoordde de behulpzame buurman voorzichtig: „kijk 's, ik heb er hoegenaamd geen bezwaar tegen, dat die twee ook over mijn dak binnen komen. Maar u moet met niet kwalijk nemen, wanneer ik er voor bedank ze te gaan halen."

— „Dat hoeft ook niet!" zei de vader; „wanneer u ze slechts op uw goot in ontvangst helpt nemen."

— „Afgesproken!" knikte de voorzichtige buurman, die zijn eigen goot beter kende en meer vertrouwde dan die van den ander.

De vader keerde zich dus om. teneinde denzelfden weg nog eens af te leggen. Maar Tobias was hem ditmaal voor geweest. Hij was reeds vlug langs des buurmans goot en langs die van zijn ouderlijk huis gekropen, omdat hij dien weg immers op zijn duimpje kende. En terwijl hij zich vlug door het luik omlaag liet zakken, riep hij: '%ÊË |§j||;

— „Blijft u maar even boven wachten, papa; ik zal ze wel halen!"

— „Maar de keukendeur zit ook zoo dicht als een muur!" schreeuwde zijn vader hem na.

— „Dat 's niks", wenkte Tobias nog met zijn hand, eer hij verdween.

Hij had stevige schouders en een paar sterke jongensbeenen;

Sluiten