Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen maakten de jongens er nu een grap van. Wanneer ze bij de laatste zeep-besmeringen van den mast op bevel van hun leeraar deze bewerking een beetje zuinig hadden moeten doen, ditmaal, nu het de laatste keer was, dat er geklommen zou worden, hoefden ze niet meer op de kleintjes te letten. En met dikke klonters veegden ze met de groene zeep den mast in, zoodat die weldra glom alsof het vet er met olie-straaltjes afdroop. Terwijl ze met hun inzeping bezig waren, stonden de jongens te gieren van de pret.

Dat beloofde een onmogelijke vértooning te worden, wanneer nu de laatste klimmer daar aanstonds den dikken vetten mast zou probeeren in te klimmen!... Geen oogenblik zou hij zich kunnen vasthouden!... Geen twee, neen, niet één meter zou hij omhoog komen!...

Tobias stond er kalm bij; zijn handen had hij in zijn broekzakken gedompeld, om een onverschillige houding aan te nemen. Voor zijn part mochten ze den mast zoo dik in de zeep zetten, dat het er met straaltjes langs neerdroop; hij had zijn oude schoolbroek aan, die er best tegen kon!... En ze mochten lachen wat ze wilden, daar trok hij zich weinig van aan, en desnoods zou hij, als hij straks langs den gladden mast omlaag gleed, zoo'n langen neus tegen zijn kameraden trekken, dat hij ze bewijzen zou, hoe weinig hij zich hun gejouw en gehoon had aangetrokken.

— „Zoo is 'twel genoeg, jongens!" riep de gymnastiekleeraar. „De mast lijkt me zoo glad genoeg, om 'ttot een kranig staaltje van klimkunst te maken, als er nu nog iemand tot den top weet te naderen."

De jongens begrepen wel den ondeugenden spot van hun leeraar', en dus juichten ze uitbundig.

— „Ben je van plan, het nog eens te ondernemen?" vroeg deze daarop met een strak-gehouden gezicht aan den laatsten klimmer.

Tobias wilde zich niet laten kennen, al wist hij wel, dat hij geen ziertje kans had om in dat spiegelgladde ding naar boven

De Geheimzinnige Uitvinding. 5

Sluiten