Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stoel zat; zijn handen liet hij zelfs los. Geen duim gleed hij omlaag langs den spiegel-gladden mast.

Hard-op telde de gymnastiekleeraar de sekonden. De klimmer had niet meer dan vijf sekonden noodig gehad, om de eerste helft van den weg omhoog af te leggen. Nu zat hij daar op zijn dooie gemak rond te kijken, met een gezicht, dat wel verbaasd stond, maar waarop je tegelijk kon lezen, dat hij daar volkomen naar zijn genoegen zat; zoodat hij voor zijn verderen klim-tocht niet scheen te wachten, om op adem te komen, of nieuwe krachten te verzamelen, maar alleen om bij deze klim-partij toch vooral niet meer haast te maken dan volstrekt noodig was.

Toen zagen de jongens, hoe hij zijn handen eens wreef, ze omhoog bracht en om den mast boven zijn hoofd sloeg. En meteen zagen zij, hoe hij plotseling omhoog ging, met een zet van wel twee meter. Tobias wachtte weer even, terwijl hij met zijn verwonderd gezicht omlaag staarde vanwaar de niet minder verbaasde jongens naar hem óp keken.

Niemand sprak nog een woord. Van al de drukke jongens was er niet één, die een kik gaf. 't Leek wel een onmogelijkheid haast! stonden ze in stomme verwondering bij zich zelf te overleggen, dat Tobias daar, zonder de minste inspanning, langs dien glibber-gladden mast omhoog klom!... Van al de andere jongens was er niemand geweest, die het slechts half zoo ver als deze had gebracht. En daar waren toch bovenste-beste gymnasten bij geweest, terwijl van Tobias, met alle waardeering overigens, niets meer kon gezegd worden dan dat hij een recht middelmatig gymnastiek-beoefenaar, turner en sportman was!... Hoe was het dan in 's hemelsnaam, mogelijk, dat die jongen daar, in nog geen tien sekonden, dit zoo goed als onuitvoerbare kunststuk volbracht?

— „Vijftien!", telde de gymnastiek-leeraar, die zelf moeilijk zijn verbazing meester kon blijven over het wonder, dat die jongen hem daar voortooverde.

Toen strekte Tobias voor het laatst' zijn handen omhoog en

Sluiten