Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eindeloos gejuich ter eere van den khmkamp.oen van de H.B_ S.

Maar Tobias was nog niet op den vloer neergekomen of het gejuich ter zijner eere werd vervangen door een onbedaarlijke lachbui van de jongens.

Daar stond Tobias in hun midden; hij keek diep verslagenen met een vuur-rooden kop van verlegenheid. Zijn beiden handen hield hij zoo goed mogelijk voor zeker lichaamsdeel, want bij zijn blijkbaar moeilijke poging om uit het topje van den mast^mlaag te zakken, was het niet slechts het geluid geweest van scheurend goed, maar was het geheele zitvlak van Tobias' broek achtergebleven.

Boven in den mast hing daar nog een lap van zijn broek als een roemrijke trofée van zijn onovertreflijken klimtochl& beneden stond hij zelf, midden in den dichten lu.druchtigen kring jongens, met een gapende opening in zijn broek... op een plaats, die men niet noemt.

Sluiten