Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dadelijk na de koffie stoof echter de familie uit elkaar. Tante had zich in haar breeden armstoel bij het raam gezet en ging er, naar haar gewoonte, voor zitten ,om nu eens wat te gezelse'n", zooals zij haar praatuurtje na de koffie noemde.

Maar niemand bleef er in de kamer om tante gezelschap te houden. Haar broer moest er, volgens zijn bewering, dadelijk en dan den heelen langen middag op uit, teneinde met den huisheer te overleggen wat er gedaan moest worden, nu zijn woning Onbewoonbaar scheen, omdat er geen deur noch venster meer in het huis was, die geopend kon worden; hij was dus dadelijk na de koffie opgestaan, had een fijne sigaar, die zijn zuster altijd voor hem in huis bewaarde, opgestoken, en was de deur al uit... Haar schoonzuster had het te druk met het in orde brengen van de weinige kleedingstukken en toilet-artikelen, die zij en haar dochters op de griezelige vlucht over het dak hadden kunnen mee nemen; die liep dus tegelijk met haar man de kamer uit, om zich naar boven te spoeden en niet meer beneden te komen vóór het etens-uur... De beide nichtjes hadden natuurlijk lessen; welopgevoede meisjes van den leeftijd van Cornelia en Fietje hebben altijd lessen. De oudste bekwaamde zich op de kookschool, de tweede was ijverig bezig met zich voor te bereiden voor haar aanstaand sljöd-examen; die twee hadden dus gelijktijdig op haar horloges gekeken, hadden iets gezegd over den bedorven ochtend, die haar èn kookschool èn sljöd-cursus had doen verzuimen, waarna zij haastig van de koffietafel waren opgestaan, om vlug de gang in te dribbelen, haar mantels aan te trekken en hoeden op te zetten, waarna zij, de een rechts en de ander links, de stoep waren af gewipt, om pas vóór tafel thuis te komen. Bleef dus alleen Tobias in de eetkamer bij tante Drees achter. — „Moet je nog niet naar school, m'n kereltje?" vroeg tante gelaten, omdat zij zag aankomen, dat haar gezels-uurtje na de koffie bij gebrek aan eenig gezelschap mislukken zou; tante begreep wijsgeerig, dat men zijn huis niet voor anderen openstelt, noch logées uitnoodigt voor zijn eigen genoegen!

Sluiten