Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwingbare nieuwsgierigheid op Tobias uit. Zou tante het merken, wanneer hij de vogelkooi naderde? och, hij deed er toch geen kwaad mee! Eerst probeerde hij van de plaats, waar hij bij het raam stond de opmerkzaamheid van den papegaai te lokken; maar deze bleef rustig op zijn stok zitten, de oogen gesloten, en slechts de harde kromme tong bewoog in zijn bek.

— „Lorre!" riep Tobias zoo zachtjes, dat tante het bij haar gepraat niet zou kunnen hooren.

Doch de papegaai schonk hem niet de minste aandacht.

— „Lorre, zal ik je koppie-krauwen?" vroeg even zacht Tobias. Hij was voorzichtig een schrede van het raam naderbij gekomen, om dichter bij de kooi te zijn. Lorre had de twee ronde schellen van de knikkeroogjes weggetrokken, doch keek Tobias niet aan; de vogel had echter opgehouden met het rammelen van zijn tong in zijn harden hoornen bek.

— „Nee" dacht Tobias, „hij kan stellig niet praten, want bonte papegaaien praten nooit en deze is bovendien immers menschenschuw!" Intusschen was hij nog een schrede dichter bij gekomen. Tante zat gemakkelijk achterover geleund in haar breeden armstoel: het hoofd had zij in het mollig kussen gedrukt en met de oogen keek zij naar den. zolder, waarheen ze ook den eindeloozen stroom van haar woorden scheen op te zenden. „Wanneer tante Drees eenmaal op haar praatstoel zit, dan is er niets wat haar kan storen!"; dat wist Tobias wel. En daardoor vatte hij den moed, nóg wat dichter naar de vergulden kooi te sluipen, zoodat hij nu vlak voor de tralies stood. Hij had niets bij zich om den vogel te tracteeren, maar als hij de aandacht van het beest slechts tot zich kon trekken, dan zou hij hem wel door de tralies heen over den kop kriebelen, zooals hij het den papegaaien in „Artis" zoo dikwijls had gedaan.

— „Lorre, Lorre, koppie-krauw?" fluisterde hij zachtjes tusschen de tralies door. Hij wilde zijn hand al uitstrekken, om den strakstarenden vogel tegelijk zijn bedoeling te verduidelijken, toen eensklaps een geweldige stem het lijzige gepraat van tante Drees overstemde.

Sluiten