Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoel, alsof al die verwenschingen waarlijk voor hem bestemd waren, en alsof hij ze ook verdiend had. Maar toen de vloekende, waarlijk zeer onopgevoede en dus in geen fatsoenlijk gezelschap thuisbehoorende papegaai zijn lesje had opgezegd, en opnieuw wilde beginnen met: „Smeerlap 1 Schobbejak!Schelm!Schooier! Schurk!" werd het den armen jongen toch te machtig. Hij strekte zijn hand naar de tralies uit om dien akeligen vogel, die hem zoo aan het schrikken had gemaakt, te pakken. Hij raakte echter den bonten vloeker niet, doch alleen de vergulde tralies, want de papegaai had wel zorg gedragen, zoo ver mogelijk langs zijn stok achteruit te kruipen. Doch nauwelijks had Tobias zijn dreigende hand laten zakken, of de brutale scheidvogel schoot naar voren en beet met zijn krommen bek naar de reeds buiten zijn tralies teruggetrokken hand. En omdat hij dus niet kon bijten, klemde het beest zijn snavel om de tralies, terwijl nog altijd even ruw en hard zijn tierende scheldstem door de kamer lawaaide.

Maar daar, in-eens, even onverwacht als de papegaai uit zijn kalme rust aan het vloeken was geslagen, even plotseling hield zijn onbehouwen kroegtaai op. De vogel had zijn gebogen snavel om een van de tralies geslagen en scheen nü niet meer los te willen laten; zijn ronde, metaalachtige tong rolde even in zijn bek, alsof hij nog eenige vloeken en scheldwoorden wilde uitspreken; toen bewoog de tong niet meer. Het beest rukte en trok met woest vleugelgefladder, zijn roode kuif stond rechtop van woede, zijn lange bonte pluimstaart zwierde door het hok, zijn rukkende pogingen om met zijn snavel op die eene tralie zijn woede te koelen. Het was een vreemd gezicht dezen, als dol te keer gaanden vogel daar aan zijn eigen, krampachtig om de vergulde kooitralie geklemden bek te zien spartelen.

Zoodra Lorre zijn gevloek had gestaakt, klonk ook weer de stem van tante.

— „Wat doe je toch?" hoorde het neefje zijn tante vragen. Doch ditmaal was het niet meer zoo'n stopwoordje van tante Drees, om dadelijk daarna weer rustig door te praten. Zij scheen

Sluiten