Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet verbaasd te zijn geweest door den plotselingen, onbehouwen uitval van Lorre, die daar eerst als een dronken, passagierende zeeman te keer was gegaan; doch nu haar papegaai eensklaps zweeg was haar verbazing wèl merkbaar. Zij scheen de gewoonten van haar lievelingsvogel te kennen, om evenals zij — voorloopig van geen ophouden te weten, wanneer hij eenmaal met zijn spreekoefeningen was begonnen,... hetgeen allicht als verklaring zou kunnen gelden, dat zij dit beest liefst uit het.gezelschap van vreemden verwijderd hield. Maar waarom zweeg Lorre nu plotseling? En waarom gedroeg haar papegaai zich zoo vreemd met den krommen snavel om een der tralies van zijn kooi geslagen, alsof . het een haak was, die nu niet meer los wilde laten?

Tante Drees kwam langzaam overeind. Zij zweeg even, omdat haar verbazing te groot was.

En dit zeldzame verschijnsel van een zwijgende tante Drees joeg Tobias nog grooter ontsteltenis aan dan die onverwachte scheldpartij van haar bonten vogel. Hij keek haar aan. Tante was opgestaan uit haar stoel. Zij keek verschrikt naar het vreemde gedrag van den wanhopig rukkenden papegaai; en boos keek zij tegelijk naar haar neefje, dat daar schuldig naast de vogelkooi stond. Gelukkig begon ze dadelijk weer te praten, waardoor de verontruste Tobias ook dadelijk weer tot bezinning kwam. Zii riep naar hem:

— „Allo marsch, ondeugende jongen, ga vlug de kamer uit. Ik wil je vooreerst niet meer zien, nu je mijn armen Lorre zoo plaagt, dat het lieve dier heelemaal van streek is!... Allo marsch! en uit mijn oogen!"

De goedige tante Drees sprak deze straffe woorden op zulk een strengen toon, dat zelfs Fik, het hondje, dat altijd in zijn mandje naast haar lag, opsprong en geweldig keffend naar de beenen van Tobias uitschoot.

Tante praatte in één stortvloed van zinnen haar troostwoorden tegen den nog altijd woest-fladderenden papegaai I Fik kefte, dat hooren en zien verging; en omdat zijn vertoornde tante hem toch

Sluiten