Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den bal het best raakte, Kees of Tobias. Ineens waren er twee groepen, die beide even talrijk waren, en beide niet overtuigd wilden worden, dat de ander verder sloeg dan hun kampioen.

— Laten ze elk toonen wat ze kunnen!", stelde een van de jongens voor. En dat vonden al de spelers dadelijk een uitstekend denkbeeld. .

_ Weet je wat?", riep er een, met organiseerend talent; „om d'é beurt moeten ze den bal slaan. Wie het hoogst en.verst slaat is de beste van de twee!"

Dit kwam iedereen voor als de meest aangewezen manier om uit te maken, of Tobias dan wel Kees hun beste hockeyspeler was. En ook de twee kampioenen hadden wel zin, de proef eens te nemen wie den bal het best kon raken.

— „Begin jij maar!", zei Kees Bopper, die in een onafhankelijke

en zelfs aanmatigende houding, die nij van een van zijn beroemde sport-broers moest hebben afgezien, op zijn hockeystok stond te leunen.

Tobias vond het goed. De jongens hadden den bal, die veel te lijden had gehad, weer zoo goed mogelijk in zijn ronden vorm gebracht: de steen was in den zakdoek gewikkeld, en een tweede zakdoek werd er nog eens stevig omgeknoopt.

Tobias legde de prop voor zich neer, tilde den wandelstok tot aan zijn schouder omhoog, mikte terdege en liet den zwaren knop omlaag dalen.

Doch hij had het tè mooi willen doen; hij had slecht gemikt, en niet den bal raakte hij met zijn geweldigen

Sluiten