Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slag, doch een van de straatkeien. Zijn's vaders wandelstok was daartegen natuurlijk niet bestand. Er kraakte wat... En daar huppelde de fraaie ivoren knop over de straat, terwijl hij nog slechts den stok in de hand hield!

De jongens gierden van het lachen om dien misslag en het gekke figuur, dat Tobias daar sloeg. Maar Tobias had duchtig het land; hij keek kwaad. Den knop raapte hij op; met een beteuterd gezicht stond hij daar met den knop in de eene en den stok in de andere hand. Zou het te maken zijn ? Als hij met den gebroken wandelstok thuis kwam, zat er een standje op. Hij keek beurtelings naar den knop en naar den stok. En omdat de jongens maar bleven doorlachen, stapte hij boos het trottoir op en ging in een deurportiek zitten om knop en stok weer aan elkaar te passen.

Inmiddels was Kees Bopper bij den bal gaan staan; hij was nu zeker van de overwinning, hetgeen niet beletten zou dat hij zijn kameraden eens een geweldigen slag wilde laten zien. Hij tilde den zwaren stok, waarin een balein zat, zoodat het ding heerlijk doorzwiepte, tot den schouder op, hield hem daar even in evenwicht, en telde toen zelf:

— „Een!... twee!!... Daar gaat ie!!!"

Werkelijk, daar ging ie! De prop had een stevigen slag gekregen, suisde hoog de lucht in!

Doch Kees Bopper, die zelf ook pas een beginneling was in de geheimen van het moeilijke hockey-spel, had er niet aan gedacht, den bal in een bepaalde richting te drijven, zoodat de harde prop in plaats van de leege straat in te vliegen, recht op de huizen aanvloog. En eer de jongens nog wisten waar de bal heen gevlogen was, hoorden ze reeds het geluid van een brekende ruit, daarna het onheilspellende gerinkel van op den grond vallende scherven.

Wat was dat!?

Meteen zagen ze, hoe de groote spiegelruit van den kruidenierswinkel op den hoek aan gruzelementen gesprongen was.

Sluiten