Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Kip, ik heb je!", riep hij triomfantelijk; de kruidenier was blij, dat hij er tenminste één te pakken had van den kwajongenstroep, die hem zijn kostbare spiegelruit had ingesmeten.

Tobias had in de deurportiek gezeten en had zelfs niet opgelet, hoe, na zijn mislukten slag, Kees Bopper het er af zou brengen. Hij had daar gezeten met den gebroken wandelstok in zijn handen; den knop had hij beetgepakt en den stok had hij er weer probeeren aan te schroeven. Hij was er met al zijn aandacht mee bezig geweest, want het standje, dat hem stellig thuis van zijn vader zou wachten, wanneer hij met het gebroken familiestuk aan zou komen, dreigde hem onaangenaam voor de oogen. Maar, ziet! — terwijl Bopper daar nog met den zwaren hockeystok boven den bal stond te zwaaien, daar hadden knop en stok al hou-vast gekregen! Tobias behoefde de schroef, die uit den gebarsten stok stak, niet eens aan te draaien, want de ivoren knop hield al weer zóó stevig, dat de jongen niet eens kans zag, hem nog vaster aan te draaien. Zelfs aan het gesplinterde hout van den stok was geen barstje meer te zien!

Tobias zat daar nog met verbazing naar den zonder eenige moeite weer herstelden wandelstok te kijken, toen ook hij het rinkelen van de gebroken ruit hoorde. Hij was niet zoo vlug geschrokken als zijn speelmakkers, omdat zijn aandacht te veel in beslag werd genomen door zijn 's vaders wandelstok, dien hij daar nu weer plotseling heel en gaaf tusschen zijn handen hield. Maar toen hij opkeek, had hij aan den overkant de verwoesting toch gezien; ook zag hij tegelijk den kruidenier de winkeldeur open rukken. En toen Tobias het met zich zelf eens was, dat het verstandiger zou zijn, nog ijlings het hazenpad te kiezen, zag hij den verbolgen kruidenier de straat reeds oversteken, recht op hem af. Aan vluchten viel niet meer te denken; bovendien had de driftige kruidenier het groote blinkende mes, waarmee hij nog zoo juist achter zijn toonbank de fijne schijfjes ossentong had staan afsnijden, dreigend in de hand.

Tobias was onschuldig aan het ongeluk; doch hjj wist bi}

De Geheimzinnige Uitvinding;. 7

Sluiten