Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kruidenier en de jongen waren den winkel binnengestapt.

— „We zullen jou erres mores leeren, jongeneer!", bulderde de vertoornde winkelier. „We zullen jullie straatrekels eens een voorbeeld stellen, wat ze vooreerst niet uit het geheugen zal gaan!... Wacht maar 's effetjes!... Terwijl ik om 'n agent van politie telefoneer, die proces-verbaal tegen je zal opmaken, ga jij zoolang in mijn uitstalkast zitten!... Dan ontsnap je me niet, en dan kan meteen iedereen, die hier voorbij wandelt, je eigen schande zien 1"

Dit leek een ellendige straf! Doch de kruidenier was zóó verbolgen, dat Tobias niet eens waagde om een minder beschamende straf te vragen. Toen de man met zijn barsche stem: „Allo marsch!" bulderde, haastte de sidderende jongen zich, het bevel op te volgen. Tusschen de bankethammetjes en ossentongen, de blikjes met zalm en kreeft, de potjes met getruffeerd kalfsgehakt en ganzenlever, de doozen met geconfijte vijgen en dadels, de bakken met gedroogde appels en pruimen, de stopflesschen met foelie, de vazen met pepermunt en kandij, daartusschen moest Tobias doorkruipen, tot hij vlak vooraan in de marmeren uitstalkast kwam te zitten. De kruidenier was vlak achter hem en snauwde hem zijn bevelen toe:

— „... Pas op voor dat blik thee!... Duw niet tegen dien stapel chocoladetabletten aan!... Voorzichtig met die pyramide van eieren!... Denk aan dat vaatje boter!... Kijk uit voor dien pot met stroop!!"

Eigenlijk zat Tobias daar midden-in al de heerlijkheden van den kruideniers-winkel als in Luilekkerland. Maar al die lekkere dingen konden hem op dit oogenblik volstrekt niet bekoren, want hij hoorde, hoe de eigenaar van de zaak de telefoon ter hand had genomen, en hoe hij het politiebureau opbelde met het verzoek, dadelijk een agent te zenden, teneinde proces-verbaal op te maken tegen een jongen,'die zijn groote winkelruit had ingegooid.

Tobias voelde inwendig de onrechtvaardigheid, dat hij als dader beschouwd werd van de sport-onhandigheid van Kees Bopper. Evenwel, zijn kameraadschappelijke aard gebood hem, dit on-

Sluiten