Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldige martelaarschap te dragen. Want zoo is nu eenmaal de gewoonte onder jongens!

Maar intusschen was zijn stemming allesbehalve opgewekt. Hij zat er te schande in de uitstalkast van den winkelier, te pronk tusschen al de kruidenierswaren, ten voorbeeld achter het groote gat in de ruit. Iedereen, die voorbij kwam, moest hem daar zien zitten met zijn arme-zondaars-gezicht . . . Gelukkig was de straat een stille, en was het geen druk uur van den dag. Doch, teneinde

zich in zijn verlegenheid een houding te geven, nam Tobias een zoo ongedwongen mogelijke zitplaats in, daardoor een indruk wekkende, dat hij zich opzèttelijk daar in de uitstalkast bevond. Zelfs nam hij een van de grootste scherven van de gebroken ruit op om te lezen wat voor letters daar op geschilderd stonden. Dat zou hem tenminste den tijd helpen dooden tot straks de agent van politie den winkel kwam binnen stappen.

Hij keek omhoog en spelde daar de nog onbeschadigde letters: „Co ibels en Ko aren". Dat kon toch de naam niet zijn van

Sluiten