Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— .„Ha, hal", vervolgde de agent, zijn handschoenen samenvouwend en ze netjes in den achterzak van zijn uniformjas stekende, „daar hebben we den dader 1... Kom jij d'r maar 's uit, mannetje, en nader 's voor 't front met je gebroken..."

Doch het woord „ruit" voltooide de agent niet, omdat hij, als voorzichtig ambtenaar van de Justitie, eerst rondzocht naar een gebroken ruit.

Hij keek naar de groote winkelruit, doch die was niét gebroken. Daarop keek' hij langzaam den kruidenierswinkel door, doch zag geen andere ruiten; laat staan een gebroken ruit.

Hij zei daarop niets. Ook de kruidenier zweeg. Evenzoo Tobias.

Er was werkelijk géén gebroken ruit!

— „Hoe heb ik 'tnou?", vroeg de agent. „Is d'r hier een ruit ingegooid, of is d'r geen gebroken ruit?"

De winkelier was nu in zoover van zijn verbazing bekomen, dat hij zeggen kon:

— „Ja, agent 1 die jongeneer hier heeft m'n kostbare spiegelruit met een troep andere kwajongens ingesmeten..."

— „Maar waar is dan uw gebroken ruit?", herhaalde de agent.

— „Daar!", zei de kruidenier, en hij wees naar de winkelruit met het bekende opschrift.

— „Is die gebroken?", vroeg de agent ongeloovig.'

— „Aan gruzelementen!", zei de kruidenier, een weinig onvast van stem, na zijn bulderend geluid van een kwartier geleden.

— „Hoe heb ik 't nou?", zei de agent onvriendelijk; een politieman houdt er niet van, dat men een loopje met hem tracht te nemen. „Is die ruit heel of kapot, meneer de kruijenier?"

— „Kapot!", sprak de kruidenier met zwakke overtuiging.

— „Heel!" sprak de agent met beslisten nadruk.

Tobias was langs de bankethammetjes, ossentongen, zalm kreeft, kalfsgehakt, ganzenlevers, vijgen, dadels, appels, pruimen, kruidnagels, foelie, pepermunt en kandij gekropen, en stond nu weer gewoon in den winkel. De jongen wist zelf niet wat hij er van moest denken. De kruidenier had gelijk, wanneer hij zeide,

Sluiten