Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glas water, een flesch eau-de-cologne, en nog een hoop andere dingen.

Tobias was te nieuwsgierig, om niet even naderbij te komen; hij kon niet zien wat die vreemde heer uitvoerde, maar hij hoorde hem zeggen:

— „Het raadselachtigste van het geval is, dat hij niet dood is!... Neen,' hij is stellig niet dood, want ik voel zijn hart slaan ... En een verlamming is het ook niet. want al zijn spieren zijn zoo onbuigzaam en hard als ijzer... Ik heb zoo'n geval nog nooit meegemaakt, zoolang ik dieren behandel!"

Daar ging Tobias een licht op: die meneer moest een veearts zijn. Doch waartoe was hij hier in het huis van tante ontboden? En waarom stond het dienstmeisje daar zoo te huilen?

Hij deed nog een stap nader, zoodat hij naast de groep stond van den veearts en het tweede-meisje, die beiden vol zorg gebogen waren over . . . tante's hondje Fik, dezelfde Fik, die hem een paar uur geleden zoo gemeen in zijn kuit had gebeten, op het oogenblik dat hij door de gang liep, nadat tante hem de huiskamer had uitgestuurd!

Wat was er met Fik? . . . Tobias kwam nog wat dichter bij. Daar zag hij het hondje liggen, op z'n rug, de vier pooten stokstijf in de lucht, de oogen geopend, maar zóó strak en onbewegelijk, dat er geen leven meer in het beest scheen te bekennen. Toch had Tobias de woorden van den veearts opgevangen, dat Fik niet dood was.

Op hetzelfde oogenblik, dat Tobias dichter bij gekomen was, en zich evenals de twee anderen over het hondje heen boog, slaakte de veearts een kreet van verbazing:

— „Zie je wel, dat het diertje leeft!" riep hij uit; „kijk nu naar zijn onbewegelijke oogen, daar glinsterde plotseling iets levends in, toen de jonge meneer dichterbij kwam!"

Tobias, die over het hondje gebogen stond, had dit eveneens gezien. Het was een klein, kort flikkerinkje geweest, maar toch zóó levendig, dat er geen twijfel mogelijk was, of, hoe onbewegelijk en roerloos, strak en stijf tante's Fik daar ook met de

Sluiten