Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

druk met de bewustelooze bezig was. De twee dochters bevonden zich ook in de kamer. Doch toen ze den toestand zagen, waarin hun vader zich bevond, snelden zij de gang in, en begonnen dadelijk haar vader te helpen door aan het uiteinde van den stok te gaan trekken.

Het tweede dienstmeisje was op het rumoer de benedentrappen opgevlogen met haar armen nog vol met al het gerei, waarmee zij tevergeefs getracht had, Fik bij te brengen. Zij begon dadelijk weer te gillen, toen zij de worstelende groep in de vestibule zag.

— „Help 1 help!" riep ze.

Achter haar kwam de hondendokter, die nog in zijn hemdsmouwen was, de trap opgestormd.

— „Kan ik helpen?" riep deze, flink en voorkomend; „ikben veearts I"

— „Waar ziet u me voor aan ?" snauwde de razende ex-kapitein van de schutterij hem tegen. „Ik heb geen veearts, maar een timmerman noodig, die me dien vervloekten wandelstok uit mijn handen zaagt!"

Op dat oogenblik verscheen de oude keukenmeid ook ten tooneele; ze kwam uit de voorkamer, waar tante Drees nog in den armstoel bij het raam gezeten was.

— „'n Menschendokter, of'n beestendokter! als't maar'n dokter is!" jammerde ze luid boven al het lawaai uit; „juffrouw Drees is weer bijgekomen, maar ... o! o! ... 't is te vreeselijk om te zeggen ... ze kan niet meer praten!"

Inderderdaad dit was het ontstellendst van alles!

Het was het laatste wat Tobias hoorde, die de trap was opgeslopen naar zijn kamer. Hij trok de deur achter zich dicht, liet zich verslagen bij de tafel in een stoel neervallen.

Sluiten